Gepubliceerd op 23-09-2026 door Weijtmans in Reeshofdijk 1, Reeshofdijk 2, Wilmabos
Verslag Boscafé 20 september. Waarom nieuwe bomen en struiken aanplanten in een bos waar al bomen groeien?
Die vraag kwam tijdens het Boscafé op 20 september in het Reeshofbos nadrukkelijk aan bod. Maurice van Boomrooierij Weijtmans en Jos van Bosgroep Zuid Nederland legden tijdens een wandeling door het gebied uit welke werkzaamheden deze winter worden uitgevoerd en waarom daarvoor is gekozen.
Een deel van het Reeshofbos en Wilmabos is ooit aangelegd als productiebos. Waar vroeger houtproductie belangrijk was, voeren binnen het huidige beheer ecologie en recreatie de boventoon. Ook biodiversiteit, bodemgezondheid, klimaatverandering en veiligheid spelen mee.
Zonder beheer blijft het Reeshofbos ook een bos. Maar niet vanzelf het soort bos dat voor de toekomst gewenst is. Daarom wordt op sommige plekken gericht ingegrepen en op andere plekken juist bewust niets gedaan.
In een voormalig productiebos zijn veel bomen ooit aangeplant met het doel later hout op te leveren. Dat is bijvoorbeeld terug te zien aan soorten als Douglas, een snelgroeiende boom die geschikt hout levert voor de bouw.
Als het enige doel zou zijn dat het bos groen blijft, zou er op veel plekken weinig hoeven te gebeuren. Het bos groeit vanzelf verder. Maar zonder sturing kunnen soorten die er al veel voorkomen, zoals Amerikaanse eik en Douglas, op sommige plekken steeds dominanter worden. Andere soorten komen juist niet of nauwelijks vanzelf in het gebied terecht.
Bosbeheer betekent daarom niet simpelweg bomen kappen. Per locatie wordt bekeken wat nodig is. Soms wordt een boom verwijderd om andere bomen ruimte te geven, soms wordt nieuwe beplanting toegevoegd en waar het bos zich goed ontwikkelt, kan juist worden besloten zo min mogelijk in te grijpen.
Het doel is een gemengd bos met verschillende bomen en struiken. Daarom worden soorten die nu nauwelijks aanwezig zijn bewust ingebracht.
In het Reeshofbos gaat het om ongeveer 24 tot 25 verschillende soorten. Daaronder zijn bijvoorbeeld linde, haagbeuk en hazelaar.
Die variatie is niet alleen belangrijk voor wat boven de grond groeit. Ook de bodem speelt een rol. Op verschillende plekken ligt veel moeilijk verteerbaar blad en is de bovenste bodemlaag verzuurd. Soorten als linde, haagbeuk en hazelaar hebben blad dat makkelijker verteert en kunnen voedingsstoffen uit diepere bodemlagen opnemen. Via hun bladeren komen deze weer in de bovenste laag terecht. Dat helpt het bodemleven en de omzetting van organisch materiaal.
Ook klimaatverandering wordt meegenomen in de soortkeuze. Niet iedere boom kan even goed omgaan met extremere natte en droge periodes. De beuk werd tijdens het Boscafé als voorbeeld genoemd: deze soort groeit binnen een relatief beperkte bandbreedte en kan het daardoor sneller moeilijk krijgen als omstandigheden sterk wisselen.
Bij nieuwe aanplant wordt daarom gekeken naar een bredere mix van soorten die ieder op een andere manier met veranderende omstandigheden kunnen omgaan. Bestaande bomen worden daarbij niet automatisch verwijderd. Waar ze het goed doen, kunnen ze gewoon blijven staan.
Dat maatwerk is ook terug te zien aan de markeringen in het bos. Op sommige plekken staan nauwelijks bomen met een oranje stip en is maar weinig ingrijpen nodig. Elders staan veel bomen van dezelfde soort dicht bij elkaar en wordt meer ruimte gemaakt voor andere soorten.
De Amerikaanse eik is daar een goed voorbeeld van. Waar deze sterk overheerst en andere begroeiing weinig kans krijgt, wordt ingegrepen. Maar de soort wordt niet overal weggehaald. Amerikaanse eiken in een laan kunnen bijvoorbeeld een duidelijke recreatieve waarde hebben.
Daarom wordt niet alleen gekeken naar de soort, maar vooral naar wat een boom op een bepaalde plek bijdraagt.
Ook brandveiligheid speelt een rol bij de ontwikkeling van het bos.
Tijdens het Boscafé werd uitgelegd dat het loofhout dat in het bos opkomt brandvertragend werkt. Verschillende soorten en typen begroeiing kunnen daardoor ook helpen om de verspreiding van een eventuele bosbrand af te remmen.
De Amerikaanse eik kan op sommige locaties bijvoorbeeld een functie hebben bij brandveiligheid. Waar zo’n groep bomen tussen verschillende delen van het bos staat, kan deze helpen de kans op overslag van een brand te beperken.
Tegelijk worden niet standaard preventief grote open stroken door het bos gemaakt. Dat heeft ook gevolgen voor natuur en recreatie. Bij een calamiteit kunnen aanvullende maatregelen worden genomen als dat nodig is.
Brandveiligheid is daarmee, net als biodiversiteit, bodemgezondheid en recreatie, een van de factoren die bij keuzes in het bos worden meegenomen.
Ook bij dode bomen wordt per locatie een afweging gemaakt.
Dood hout is waardevol voor onder andere insecten, schimmels en vogels zoals spechten. Naast een veelgebruikt wandelpad kan een dode boom tegelijkertijd een veiligheidsrisico vormen.
Tijdens het Boscafé werd bijvoorbeeld een afgestorven boom bekeken waarvan alleen het bovenste deel wordt verwijderd. Een stam van ongeveer vijf meter blijft staan. Zo wordt het risico voor bezoekers kleiner, terwijl een groot deel van de ecologische waarde behouden blijft.
Verder van wegen en paden kunnen dode bomen volledig blijven staan. Ook worden bomen soms geringd, waardoor ze langzaam afsterven en als dood hout onderdeel van het bos blijven.
Een groot deel van het stam- en takhout dat bij de werkzaamheden vrijkomt, blijft eveneens in het gebied. Het biedt beschutting aan dieren en bij het verteren komen mineralen weer beschikbaar voor de bodem.
Naast de werkzaamheden aan bomen en struiken wordt ook de bodem aangepakt. In het Reeshofbos wordt steenmeel uitgestrooid om mineralen aan te vullen en de gevolgen van bodemverzuring tegen te gaan.
Vooraf zijn bodemmonsters genomen om te bepalen welke mineralen ontbreken en hoeveel steenmeel nodig is. Voor het Reeshofbos is berekend dat ongeveer 2 tot 2,5 ton per hectare wordt uitgestrooid.
Dat gebeurt vanuit de lucht met een helikopter. De uitvoering is afhankelijk van onder andere het weer, zodat het steenmeel goed over het bos kan worden verdeeld. Voorafgaand aan het moment waarop het steenmeel wordt uitgestrooid volgt nog nadere informatie.
De werkzaamheden verschillen per deel van het Reeshofbos. Op sommige plekken zal nauwelijks zichtbaar zijn dat er is gewerkt. Elders worden meer bomen verwijderd en kan het bos tijdelijk opener worden.
Op verschillende plekken worden daarna nieuwe bomen en struiken aangeplant. De plantlocaties zijn vooraf gemarkeerd en daarnaast met GPS vastgelegd.
Het resultaat van het beheer is niet binnen één winter zichtbaar. De ontwikkeling van een bos duurt tientallen jaren. De werkzaamheden zijn bedoeld om die ontwikkeling gericht bij te sturen, zodat het Reeshofbos zich stap voor stap kan ontwikkelen tot een gevarieerd en gezond bos met ruimte voor planten, dieren én bezoekers.
Wat betekenen de gekleurde stippen en paaltjes? De markeringen laten zien welke keuzes vooraf voor het bos zijn gemaakt. Oranje gemarkeerde bomen worden verwijderd. Bomen met een blauwe stip worden juist behouden.
De paaltjes met vlaggetjes geven locaties aan waar nieuwe bomen of struiken worden aangeplant. Deze locaties zijn ook met GPS vastgelegd. Als een paaltje of vlaggetje verdwijnt, blijft dus bekend wat op die plek de bedoeling is.
Gaat veel van de nieuwe aanplant dood? Bij iedere aanplant kan een deel uitvallen. Daarom wordt gevolgd welke soorten goed aanslaan en welke het moeilijker hebben.
Bij eerdere werkzaamheden in Heidepark Vredelust bleek bij controle ongeveer 91 procent van de aanplant nog in leven. Die ervaringen worden meegenomen bij nieuwe aanplant.
Waarom wordt steenmeel gebruikt? Steenmeel wordt ingezet om mineralen aan te vullen en de gevolgen van bodemverzuring tegen te gaan. Vooraf wordt met bodemonderzoek bepaald wat een gebied nodig heeft.
In het Reeshofbos wordt het steenmeel met een helikopter uitgestrooid.
Deze werkzaamheden staan niet op zichzelf maar zijn op meer plekken in Tilburg nodig. In 2025 werden in het nabijgelegen Heidepark-Vredelust vergelijkbare werkzaamheden uitgevoerd. De komende jaren zijn ook andere bos- en natuurgebieden aan de beurt.
De gemeente werkt hiervoor samen met bosbeheerder Weijtmans en Bosgroep Zuid Nederland, in zo goed mogelijke afstemming met onder andere omwonenden en natuurorganisaties.
(Foto’s: © Boomrooierij Weijtmans – B.Wijnands)






